By danielle On

In Koffie met TIjn

Ik begrijp dat niet alle regio’s een regiocoördinator hebben.

De professional

Organisatie: Gemeente Haarlem
Naam: Tijn Wierda
Functie: Beleidsmedewerker Jeugd, Onderwijs & Sport

In de beginperiode moet je overal achteraan, dingen organiseren, zichtbaar zijn, en dan kan je het er niet even bij doen.

Voorwaarden voor een succesvolle Verwijsindex! 

 

Jouw regio is een regio waar de Verwijsindex MULTIsignaal erg goed gebruikt wordt. Hoe denk jij dat dit komt? Kun je daar iets over vertellen?

Ik begrijp dat niet alle regio’s een regiocoördinator hebben. Het is echt wel arbeidsintensief om het van de grond te krijgen. En eigenlijk blijft dat, want als het eenmaal loopt dan blijf je druk bezig met het aansluiten van nieuwe organisaties. We hebben wel een soort goede grote basis die inmiddels goed draait. Maar zeker in de beginperiode moet je overal achteraan, dingen organiseren, zichtbaar zijn, en dan kan je het er niet even bij doen. Een volledige fte is noodzakelijk. Wij hebben samen 1 fte (elk 0,5 fte), dat is echt van groot belang. Als je het teveel versnipperd over beleidsmedewerkers die het erbij doen, dan komt het niet goed van de grond. Je kan beter de uren bundelen, en zeggen als gemeenten geven we allemaal een stukje voor de regiocoördinator. Dan heb je wat meer wezenlijks.

Je kan beter de uren bundelen, en zeggen als gemeenten geven we allemaal een stukje voor de regiocoördinator. Dan heb je wat meer wezenlijks.

De start is gemaakt, het draait. Zijn er momenten geweest dat je dacht nu moeten we de koers wijzigen?

Ja, wél wat visie en terminologie betreft. In het begin merkten we al redelijk snel dat de term risicojongeren enorm veel weerstand opriep, het zorgde voor vooroordelen over de verwijsindex. ‘het beeld van een soort ‘AMK-melding’ achtige sfeer. We hadden al snel door dat we dit zo niet moesten gebruiken, jammer genoeg wordt het in de wet wel zo genoemd. In praktijk hebben we toen onze communicatie aangepast, op de website en in informatiebrochures hebben we de term risicojongeren eruit gehaald. We spreken nu alleen nog over de Verwijsindex, dat is veel neutraler. Dit heeft enorm veel uitgemaakt.

In het begin merkten we al redelijk snel dat de term risicojongeren enorm veel weerstand opriep.

Wat is de boodschap in de voorlichting?

In voorlichting over de Verwijsindex zeggen we gewoon ‘we gebruiken de Verwijsindex’. En wat ik ook altijd heb geprobeerd uit te leggen in de voorlichting is; het doel van de verwijsindex. Je moet uitleggen waarom je iets doet en niet dat je iets doet. Het gaat er niet om dat de kinderen in de Verwijsindex staan, maar dat je in contact komt met elkaar. Dat je met elkaar kan samenwerken, dat de hulp goed afgestemd wordt. Dan weten mensen ook ‘oh daarom gebruik ik de Verwijsindex’, anders denken mensen dat ze weer een administratieve nutteloze handeling moeten doen.

Het gaat er niet om dat de kinderen in de Verwijsindex staan, maar dat je in contact komt met elkaar.

 

Ik hoor wel eens dat mensen zeggen, ik heb de verwijsindex niet nodig, wij kennen elkaar al. Wat zou jij dan antwoorden?

Dat is onmogelijk, want aan de ene kant doordat het netwerk van aangesloten organisaties, echt veel groter is dan dat wat je als hulpverlener in de praktijk kan onderhouden. We hebben nu 80 organisaties die aangesloten zijn, daar kan je echt niet allemaal mee samenwerken in de praktijk. Je hebt meestal 5 organisaties die je goed kent, waar je mensen kent die je kan bellen, maar niet meer dan dat.

Aan de andere kant kan je iemand heel goed kennen en zelfs een  andere hulpverlener van een andere organisatie, maar je weet niet wat de caseload is van die ander. Je gaat niet als je samenwerkt zomaar over Pietje praten (privacy). Maar als je de verwijsindex gebruikt dan kan het zijn dat je de hulpverlener misschien wel kent, maar niet wist dat je dezelfde cliënten had.

Volgende keer in het interview met Tijn Wierda: meer dan 80 organisaties aangesloten!

Vertel jouw verhaal
Vorig verhaal
Koffie met Tijn! #1
Volgend verhaal
Hugo de Jonge